BlogRead the Latest News

 

Mistlampen, hoe zit het ook alweer?

 

Het mag voor een ieder duidelijk zijn dat mistlampen worden gebruikt om de zichtbaarheid in het verkeer te verbeteren. Toch blijken veel weggebruikers mistlampen niet of niet juist te gebruiken op het moment dat het nodig is. We pakken de regels er nog maar eens bij. Verkeerd gebruik van mistlampen hindert andere weggebruikers en levert bovendien een boete op van maar liefst 140 Euro in Nederland. In België is de boete 110 Euro bij onmiddellijke inning en 120 Euro bij minnelijke schikking.

Mistlicht

Tijdens dichte mist is grootlicht onbruikbaar en dimlicht meestal ook, omdat de mist het licht terugkaatst en de bestuurder zelf verblind raakt. Mistlicht produceert aan de voorzijde van de auto een brede, niet verblindende lichtbundel die laag schijnt, zodat deze onder de mistbank door de weg zo breed mogelijk verlicht.

Mistverlichting aan de voorkant bestaat uit twee lampen die wit of geel licht uitstralen. Naast een betere zichtbaarheid voor andere voertuigen, verbeteren de lampen ook het zicht van de bestuurder zelf. Mistlampen voor zijn niet verplicht, maar zeker wel nuttig. Het gebruik van mistlichten is toegestaan als door mist, sneeuw of regenval het zicht ernstig belemmerd is (in Nederland: minder dan 200 meter zicht). Mistlampen mogen de dimlichten of de grootlichten vervangen, of gelijktijdig met deze lichten branden.

Mistachterlicht

Aan de achterzijde is wettelijk minimum één mistlicht verplicht, maar is het toegestaan om er twee te monteren. Mistachterlichten stralen een helder rood licht uit. Mistachterlicht is alleen toegestaan als door dichte mist of zware sneeuwval het zicht minder is dan 50 meter. Mistachterlicht mag niet gebruikt worden bij regen – ook niet bij hevige regenbuien – omdat reflectie dan zorgt dat het felle rode licht zodanig versterkt dat achterliggend verkeer verblind wordt. Ook bij mist of zware sneeuwval in een stilstaande of zeer langzaam rijdende file dient mistachterlicht uitgeschakeld te zijn, vanwege verblinding van achteropkomend verkeer.

In België moeten mistachterlichten gebruikt worden bij mist of sneeuwval die de zichtbaarheid verminderen tot minder dan 100 meter en – in tegenstelling tot in Nederland – ook bij felle regen.

Automatische verlichting

In auto’s die uitgerust zijn met automatische verlichting moet bij mist de mistverlichting handmatig aangezet worden. Bij automatische verlichting gaan de lampen bij invallende duisternis vanzelf aan. Maar mist wordt niet altijd door de lichtsensoren herkend. Het is daarom beter om bij regen en mist handmatig voor dimlicht te kiezen en indien nodig de mistlampen in te schakelen. 

bron 18-08-2017HellaUniverseel,Verlichting

Wintercampagne! batterij check-up

winteractie 2017 lokaleweb

De winter staat voor de deur.

Ook voor uw wagen is dit een seizoen waarin hij extra op de proef wordt gesteld.

Met name de batterij heeft het meest te lijden onder winterse omstandigheden.

Bij Qualitygarage willen we liever voorkomen dan genezen.

Daarom starten we een nieuwe campagne:

De Qualitygarage Battery check-up!

Vanaf 1 december kijken wij GRATIS uw auto batterij na.

Indien het nodig is uw batterij te vervangen, krijgt u bovendien een GRATIS Q-muts van Thinsulate!

Maak nu een afspraak om uw batterij te laten controleren!

Klik anders hier

Hoe bescherm ik mijn auto in de winter?

Een strenge winter kan uw wagen zwaar op de proef stellen. Wat kunt u doen om uw wagen te beschermen en de problemen te vermijden die te wijten zijn aan de koude?artikel winter tips

Ttips om de winter door te komen

  • Controleer de staat van uw batterij. Een zwakke batterij is bij koude temperaturen meestal niet in staat om volledig op te laden en kan dus leiden tot startproblemen. Best is dan om de batterij te vervangen. Rij minstens een 25-tal kilometer op een autosnelweg of op een weg waar u goed kunt doorrijden om de accu weer op te laden.
  • Gebruik sproeivloeistoffen met antivries voor de ruiten en controleer of er voldoende koelvloeistof in de motor zit.
  • Zorg voor winteraccessoires om de koude of de gevolgen van de vorst te bestrijden: een ijskrabber, een doek of een stuk karton om de voorruit af te dekken, een ruitenontdooier.Voorzie een eventuele wachttijd in de koude (autopech, files, …): neem een deken, een reserve warme winterjas en een zaklamp mee, evenals een sleepkabel.
  • Zorg ervoor dat uw gsm-batterij voldoende opgeladen is. Neem wat eten en warme drank mee indien u een lange verplaatsing aanvat.
  • Vermijd bevroren deurstijlen door de rubbers in te smeren met talkpoeder, glycerine of door gebruik te maken van een siliconenspray.
    Forceer de deur niet als ze vastgevroren is, u zou de rubbers van de deurstijlen ernstig kunnen beschadigen.
    Tip: een spray gebruiken bestaande uit 2/3 alcohol en 1/3 water zal een bevroren ruit snel helpen te ontdooien.
  • Een halve aardappel preventief over de voorruit wrijven, is geen doeltreffend middel.
  • Zorg ervoor dat de handrem niet kan vastvriezen, vooral ’s nachts. Zet uw auto in versnelling en plaats desnoods een klem onder de wielen.
  • Rij ’s winters met winterbanden. Vanaf temperaturen onder de 7°C hebben winterbanden een betere grip op de weg. Ze voeren ook beter het water af langs de zijkant. In sommige landen is het gebruik van winterbanden verplicht.
  • Was uw auto regelmatig: strooizout tast het chassis, het koetswerk en de banden aan. Het vervuilt eveneens de ruiten waardoor de zichtbaarheid aanzienlijk verminderd wordt.
  • Laat een kapotte autolamp (koplamp, knipperlicht) zo snel mogelijk vervangen. Een goede zichtbaarheid op de weg (“zien én gezien worden”) staat garant voor een veiliger traject. Opgelet: in sommige landen is het verplicht om met aangeschakelde autolichten te rijden, ook overdag!
  • Zorg ervoor dat de ruiten (zowel binnen als buiten) ontwasemd en proper zijn vóór uw vertrek zodat u een goede zichtbaarheid hebt. Krap het op de ruit vastgehechte ijs volledig weg met een ijskrabber vooraleer de ruitenwissers in gang te zetten. Een ruig oppervlakte zal de rubber van uw ruitenwissers beschadigen, waardoor ze nadien niet meer efficiënt zullen werken.
  • Tip: de binnenruiten schoonvegen met een doek dat gedrenkt is in een klein beetje shampoo of afwasmiddel zal het aandampen van de ruiten tegengaan.
  • Zorg ervoor dat de rubbers van de ruitenwissers niet op de ruit kunnen vastvriezen. Vermijd dat de rubber van de ruitenwissers ‘s nachts in contact blijft met de ruit of plaats enkele stukjes kurk tussen de ruitenwissers en de ruit. Zet de ruitenwissers niet in gang indien ze vastgevroren zijn en dus klem zitten. (Hetzelfde geldt voor vastgevroren autoruiten.)Ook tijdens de wintermaanden kan de lage zon zeer verblindend zijn voor de autobestuurders. Een zonnebril kan dus ook in volle winter heel nuttig zijn.
  • En tenslotte: Indien u bij het vertrek opmerkt dat uw wagen of dat de geparkeerde wagens bevroren ruiten hebben, of dat de omliggende grasperken wit zijn door de grondvorst, betekent dit dat het wegdek eveneens bevroren zou kunnen zijn (kans op rijmplekken). Wees dan extra voorzichtig.
    De thermometer van uw wagen geeft immers de luchttemperatuur aan en niet de temperatuur aan de grond!

Bron: Europe Assistance Xavier Van Caneghem

Dinsdag tip dag! ijs krabben?

krabben5

De tijd van autoruiten krabben is binnenkort weer aangebroken. De klassieke aanpak luidt: de motor alvast laten draaien om op te warmen. Zonde! Van deze energieverspilling en milieuvervuiling verslijt alleen je motor. Daarom voor u verzameld: 25 tips om de kou op de juiste manier te trotseren.

1 Laat je motor niet warmdraaien terwijl je ijs krabt

Wel doen: meteen wegrijden na het starten. Bij koude motor is het benzineverbruik en ook de schadelijke uitstoot zeer hoog. De katalysator 'slaapt' nog, de olie is bij wintertemperaturen zeer stroperig.

Een motor is bij vriestemperaturen pas na 4 kilometer warmgelopen en bereikt pas dan zijn normale prestaties en normale verbruik. Van stilstaand warmdraaien zal de motor sneller verslijten.

2 Doe geen lange startpoging

Wel doen: als de motor niet vlot aanslaat, dan doe je beter een paar korte startpogingen dan een lange. De batterij is een van de zwakste punten van een auto in de winter en als ze te zwaar belast wordt, zal ze het begeven.

3 Geef géén gas bij het starten

Blijf van dat gaspedaal af. De meeste huidige benzinemodellen beschikken over elektronische injectie- en ontstekingssystemen die de hele operatie beheren zonder dat je het gaspedaal moet aanraken.

4 Ontkoppel tijdens het starten

Als je het ontkoppelingspedaal indrukt tijdens het starten, kan de motor vrijer draaien, zelfs in neutraal.

5 Koplampen helpen batterij

Als het starten niet wil lukken, vooraf even de koplampen aansteken om de batterij op te warmen.

6 Ruitenwissers zijn geen ijswissers

Gebruik je ruitenwissers niet om ijs te wissen: dit ruïneert niet alleen je ruitenwissers, maar zorgt ook voor een ondoorzichtige brij op de ruiten.

7 Giet nooit warm water op bevroren ruiten

Absoluut uit den boze: aangevroren autoruiten proberen te ontdooien door er warm water over te gieten. Hierdoor kan de autoruit barsten en bovendien kan het water, eens het afgekoeld is, gaan aanvriezen.

8 Wrijf je ruit in met aardappel

Preventietip: wrijf de ruit aan de buitenkant in met een doormidden gesneden aardappel. Aan de binnenkant kan je tegen dampaanslag de ruit inwrijven met een beetje schoonmaakmiddel of shampoo.

9 Dek je ruiten af

Dek je ruit niet af met krantenpapier, want dit kan aankoeken als het bevriest. Gebruik karton of speciale folie.

10 Stop een kurk achter je ruitenwisser

Om vastgevroren ruitenwissers te voorkomen: stop een kurk tussen de autoruit en de ruitenwissers.

11 Krab ijs weg met hulp van ontdooispray

Bij het ijs krabben is het opletten voor krassen. Een brede krabber werkt het best en het is een goed idee om ontdooispray te gebruiken. Vooral niet te zuinig zijn daarmee.

12 Doe grafietpoeder in de sloten

Preventietip: breng op voorhand grafietpoeder aan in de sloten - steek je sleutel een paar keer in het slot om het poeder goed te verspreiden. Dit voorkomt bevroren sloten.

13 Stop antivries in je zak

Wie een klein busje antivriesspray in zijn jaszakken of handtas bewaart, krijgt altijd zijn deur open - zelfs als het slot bevroren is.

14 Gebruik geen handrem

Omdat de handrem kan vastvriezen, is het beter deze niet te gebruiken bij serieus vriesweer. Beter is de wagen in versnelling te zetten en - als je op een helling staat - wielblokken te gebruiken.

15 Rij met winterbanden

Controleer spanning en profieldiepte van de banden: drie tot vier millimeter is in de winter het minimum. Winterbanden zijn geen overbodige luxe. Bij een snelheid van 50 km per uur bedraagt de remafstand op harde sneeuw 23 meter met winterbanden en 55 meter met zomerbanden. Ook op nat wegdek beperken winterbanden de remafstand aanzienlijk. In een aantal Europese landen en op sommige bergpassen zijn winterbanden verplicht: wie er geen heeft, riskeert dan een fikse boete.

16 Gebruik antivries tot -30 graden

Het koelsysteem dient van voldoende antivriesmiddel voorzien te zijn. Laat het koelsysteem en de ruitensproeier van de auto beveiligen tegen temperaturen van minimaal -30 graden.

17 Was het zout weg

Strooizout tast chassis, carrosserie en banden aan. Regelmatig de auto wassen of naar de carwash gaat slijtage tegen.

18 Gebruik dieseladditief

Voor oudere dieselmotoren: bij aanhoudende vriestemperaturen van min zes graden of pieken van min twaalf, stolt de paraffine in diesel, waardoor de dieselfilter verstopt kan raken en de auto stilvalt. Bij moderne diesel komt dit nog erg zelden voor. Als het toch gebeurt, kan je bij een oude dieselmotor vijf tot zes procent benzine toevoegen. Moderne dieselmotoren hebben een speciaal additief nodig.

19 Strooi talkpoeder op de deurrubbers

Deurrubbers kunnen vastvriezen. Trek niet te hard aan de deuren want de rubbers kunnen loskomen. Smeer de rubbers vooraf in met talkpoeder. Je kan ook rubbervet gebruiken.

20 Installeer standverwarming

In Scandinavië is standverwarming dagelijkse kost. Zo wordt de auto altijd op temperatuur gehouden. Starten gaat dan moeiteloos, bovendien is ook het interieur aangenaam warm. Er zijn twee formules. In het eerste geval steek je gewoon de stekker in, in het tweede geval beschikt de auto over een apart motortje.

21 Laat de zetelverwarming niet aanstaan

Wel doen: de zetelverwarming enkel in de eerste minuten opzetten. Als de motor is warmgelopen en de normale verwarming genoeg warmte afgeeft, is de zetelverwarming volstrekt overbodig en hetzelfde geldt voor de achterruitverwarming. Daarom dat deze zich bij de nieuwere automodellen vanzelf uitschakelt.

22 Zet de airco op tijd af

Airconditioning moet je doseren in de winter. Airco verbruikt 0,6 liter per 100 km. Bij vochtig weer is airco wel nuttig om aangedampte ruiten vrij te houden. Kortstondig gebruik van de airco kost volgens de berekeningen van experts minder energie dan langdurig gebruik van de achterruitverwarming of de warmteblazer.

23 Wees spaarzaam met mistlicht

Blijf van die mistlichten af, behalve wanneer de zichtbaarheid minder is dan 50 meter. Mistlichten worden bij winterweer vaak aangezet, maar zijn slokoppen. Gewone verlichting kost 0,4 liter brandstof per 100 km, extra verlichting nog eens 0,2 liter daarbovenop.

24 Haal alles van het dak

Haal alles wat niet strikt noodzakelijk is van het dak, en naar beneden. Een bagagebox op het dak verhoogt het brandstofverbruik met tot 4 liter per 100 km. Ook andere bagagedragers op het dak veroorzaken extra verbruik, zij het minder.

25 Sneeuwkettingen voor extremen

Bij extreem winterweer zijn sneeuwkettingen noodzakelijk voor grip en trekkracht. Op plaatsen waar sneeuw ligt, kan door verkeersborden duidelijk aangegeven worden dat je de sneeuwkettingen verplicht moet gebruiken.

Bron hln

Login

Who's Online

We hebben 129 gasten en geen leden online

Cookies make it easier for us to provide you with our services. With the usage of our services you permit us to use cookies.
Ok